Vaderlandse berichten, van gastschrijfster Leo de Bruin – Reinders
19 oktober 2010
In Nederland hoor je op de radio de laatste tijd gewag maken van het z.g. rondeel-ei, een ei dat onder de meest kipvriendelijke omstandigheden is geconcipieerd en gelegd. Het wordt per zeven (geluksgetal!) verpakt in een rond doosje dat veel weg heeft van een vogelnest, zij het dat het enigszins is verstevigd. Maar toch, het ziet er aantrekkelijk en vooral heel bio uit.
De jongen die de reclame uitspreekt doet dat een beetje knullig, misschien om hem iets boers, iets onbedorvens te geven? Hij noemt het rondeel-ei bijvoorbeeld een blai ai (blij ei). En dit blaie ai, roept hij enthousiast, is tot nu toe alleen verkraigbaar bij Albert Hain.
Nou, je begrijpt, ik naar Albert Hain. Maar niks hoor, geen enkel blai ai. Of de hele Beethovenbuurt (waar ik woon) is massaal uitgelopen om de zondag te kunnen beginnen met een biologisch verantwoord eitje, of Albert Hein heeft de reclame niet gehoord, en was dus niet geprepareerd op die verhoogde belangstelling voor deze noviteit op zuivelgebied. Hoe doen jullie dat? Hebben jullie zelf een paar kipjes rondscharrelen die jullie dagelijks van kakelverse eieren voorzien, en van wie je er af en toe een door de buurman laat omleggen voor een pannetje cocq au vin?
Ik luister vrijwel altijd naar de radio. Op zondagmorgen is er, na het natuurprogramma Vroege Vogels van de VARA, altijd een prima geschiedenisprogramma van de VPRO. Zondag j.l. kwam, n.a.v. het beangstigende succes van Geert Wilders in ons politieke landschap, en het proces dat er tegen hem gevoerd wordt omdat hij bevolkingsgroepen zou hebben beledigd, de affaire W.F. Hermans weer even aan de orde. Die had in de jaren zestig een soortgelijk akkefietje aan zijn broek, omdat hij in zijn boek Ik Heb Altijd Gelijk de hoofdpersoon laat
uitvaren tegen het katholieke volksdeel. De passage werd even voorgelezen, en dat loog er inderdaad niet om. Maar hij werd niet veroordeeld, omdat een romanfiguur sowieso altijd de volledige vrijheid van meningsuiting geniet. Het blijkt een onduidelijk omkaderd begrip te zijn, die vrijheid van meningsuiting.
Vorige week liep ik even de stad in om een doosje Australische bonbons voor iemand te kopen. Bij het Martelmuseum aan het Rokin stond een lange rij touristen te wachten. Het zou
aanvankelijk een tijdelijke expositie zijn, maar de belangstelling bleek zo groot, dat het een permanent
horrorkabinet is geworden. Iets verder, op de hoek van de Nes en de Hoogstraat, stond een enorme gele klomp. Er klom juist een dikke, zwarte man in. Toen hij zat, zei zijn vrouw 'Honey, smile', en maakte een foto.
Bij mijn thuiskomst zag ik dat er aan de vijgenboom die in een grote pot voor mijn huis staat, een rijpe vijg hing. Ik waste hem in de keuken en at hem op. Hij was zacht en zoet, en dat in oktober.
Zo zien jullie maar, Amsterdam heeft toch meer te bieden dan het red light district en gesloten musea!
Je vous embrasse!
Leo
